“Niet elk verschil is een stoornis — soms is het gewoon menselijkheid.”

 

Lezing Laura Batstra: Ruimte maken voor verschillen.      25-11-2025

Psycholoog Laura Batstra pleit in haar lezing voor een andere manier van kijken naar kinderen, hun gedrag en diagnoses. In plaats van elk verschil direct als een probleem of stoornis te zien, benadrukt zij het belang van het omarmen van diversiteit. Volgens Batstra leren kinderen het meest wanneer opvoeding en begeleiding uitdagen en wanneer we durven te kijken naar wat kinderen écht nodig hebben, in plaats van te streven naar een ideaalbeeld van “perfect gedrag”.

Ik kan mij volledig vinden in deze visie. In mijn werk zie ik veel kinderen met een officiële diagnose, zoals ADHD en autisme, maar ook kinderen waarbij ouders vermoeden dat er bijvoorbeeld sprake is van ADHD. Vaak blijkt dat er iets anders onder het gedrag schuilgaat: misschien is de thuissituatie niet ideaal, is het zenuwstelsel overprikkeld of ligt er trauma aan ten grondslag. Het is zo belangrijk om het hele plaatje te bekijken, in plaats van te denken binnen strikte kaders zoals vaak gebeurt in de huidige hulpverlening. Op veel plekken geldt: “Deze afdeling is alleen voor ADHD, deze voor autisme, hier doen wij alleen trauma-behandelingen.” Ik werk juist breed en integraal, omdat snel testen of direct labelen vaak te kort door de bocht is.

Daarnaast vind ik het belangrijk om te benadrukken dat een hulpverlener een goede basis moet hebben. Je kunt niet zomaar met een korte opleiding of coaching allerlei cliënten gaan helpen. Pas daarvoor op: zoek altijd iemand met de juiste papieren, kennis en ervaring die bovendien naar de gehele context van het kind kijkt, om kinderen en gezinnen écht goed te ondersteunen.

 

Het probleem van labels en diagnoses

In Nederland groeit de vraag naar jeugdzorg al decennia. Op dit moment krijgt ongeveer één op de zeven kinderen te maken met een vorm van jeugdzorg. Diagnoses worden vaak gezien als harde feiten, maar Batstra waarschuwt dat labels geen oorzaken aanwijzen. Veel gedrag wordt juist sterk beïnvloed door de omgeving waarin een kind opgroeit.

Het idee dat bijvoorbeeld ADHD of autisme puur een hersenaandoening zou zijn, wordt veel verspreid. Onderzoek laat zien dat er gemiddeld hersenverschillen bestaan in groepen kinderen, maar dit klakkeloos toeschrijven aan individuele kinderen is niet juist. Psychische stoornissen zijn niet direct zichtbaar in hersenscans en er bestaan geen concrete hersenkenmerken die een stoornis aantonen. Toch wordt gedrag vaak vanuit een medisch model bekeken: druk zijn, niet voor de beurt praten of veel bewegen wordt dan gezien als een lichamelijke afwijking, terwijl daar geen bewijs voor is.

Daarnaast groeit het aantal eigenschappen en gedragingen dat in de DSM als stoornis wordt aangemerkt. Dit leidt tot een medische aanpak: kinderen krijgen labels en soms medicatie. Onderzoek laat echter zien dat dit op de lange termijn vaak weinig effect heeft en zelfs nadelen kan opleveren, zoals lager zelfbeeld, minder zelfvertrouwen, lagere verwachtingen van leraren en onderpresteren.

Het systeem blokkeert verandering

Sinds de jaren 1980 zijn DSM, hersenonderzoek en individuele behandelingen dominant geworden in beleid, opleidingen en jeugdzorgpraktijken. Rond deze aanpak zijn belangen ontstaan: instellingen, wetenschappelijke carrières, vragenlijsten en behandelingen zijn gericht op het diagnosticeren en behandelen van stoornissen. Dit stoornis-denken belemmert structurele veranderingen.

Veel jonge kinderen in de klas krijgen tegenwoordig al het label ADHD, terwijl hun gedrag vaak normaal is voor hun leeftijd. Factoren zoals armoede en sociale omstandigheden zijn belangrijke voorspellers voor psychisch en lichamelijk welzijn, maar krijgen in het huidige systeem te weinig aandacht.

De gevolgen van medicalisering

De nadruk op negatieve berichtgeving en biomedische voorlichting zorgt ervoor dat kinderen zichzelf sneller als ‘mentaal ziek’ zien en eerder hulp zoeken. Ook ouders worden sneller doorverwezen naar de GGZ. Dit verhoogt de druk op het zorgsysteem en kan leiden tot overbelasting van kinderen en gezinnen.

Batstra waarschuwt dat te weinig wordt gekeken naar de context en factoren die echt meespelen. Diagnoses en behandelingen zijn daardoor vaak individugericht, terwijl de omgeving en omstandigheden vaak veel grotere invloed hebben.

Wat wél werkt

Volgens Batstra is het belangrijk om het systeem en de omgeving aan te passen, in plaats van het kind. Praktische aanbevelingen zijn:

  •  Minder labelen, meer luisteren
  • Kijken naar de unieke eigenschappen van elk kind
  • Relaties en steun boven diagnoses
  • De omgeving aanpassen in plaats van het kind
  • Ruimte maken voor verschillen — niet alles proberen weg te poetsen
  • Meedoen aan het gewone leven als beste “behandeling”
  • Als hulpverlener naast iemand staan: echte verbinding maken en naar de hele context kijken, niet alleen naar het gedrag

In mijn werk probeer ik dit altijd toe te passen: breed kijken en het kind in zijn hele context zien, in plaats van alleen binnen een strikt kader of diagnose. Snel testen of direct labelen werkt vaak niet en kan belangrijke informatie missen.

Daarnaast benadruk ik altijd dat de juiste kennis, ervaring en opleiding cruciaal zijn voor een hulpverlener. Niet iedereen met een korte coaching opleiding kan kinderen of gezinnen goed begeleiden; zoek iemand met de juiste basis en expertise.

Conclusie

Laura Batstra pleit voor een fundamenteel andere benadering: stop met het medicaliseren van gedrag en het plakken van labels. Begin met te kijken naar de omgeving, context en unieke kwaliteiten van elk kind. Door ruimte te maken voor verschillen, verbinding te zoeken en de context mee te nemen, kunnen kinderen écht ondersteunen in hun ontwikkeling — en tegelijk het zorgsysteem minder overbelasten.

 

Ruimte maken voor verschillen | Nederlands Jeugdinstituut

 

 

 

Deel dit bericht

Bekijk ook